naar top
Menu
Logo Print

Bouwsector treft langere opzegtermijnen vanaf 2018

Van een geleidelijke overgang is er geen sprake
magazine

Vanaf 1 januari 2018 gelden dezelfde opzegtermijnen voor alle werknemers, of ze nu arbeider of bediende zijn en ongeacht de sector waarin ze werken. Daarmee komt een einde aan de tijdelijke uitzondering die ook de bouwsector genoot. De sectoren die al eerder de nieuwe opzegtermijnen moesten respecteren, hadden vanaf januari 2014 een geleidelijke opbouw van deze termijnen. Van geleidelijkheid is nu geen sprake. Door de retroactiviteit worden de nieuwe opzegtermijnen ingevoerd alsof ze al van 1 januari 2014 gelden. “Dit betekent dat de opzegtermijnen in de bouwsector van de ene op de andere dag fors langer worden, en dus voor de werkgever veel duurder. Nochtans stond in het zomerakkoord dat de regering een oplossing daarvoor zou vinden, maar dat is niet gebeurd. De bouwwerkgevers zitten nu met een groot probleem”, zegt Jean-Pierre Waeytens, secretaris-generaal van Bouwunie. Wie bijvoorbeeld vandaag een bouwarbeider met een anciënniteit van vier jaar ontslaat, moet een opzegtermijn van vijf weken respecteren. Voor wie diezelfde werknemer in januari ontslaat, verdrievoudigt de opzegtermijn tot vijftien weken. “Doordat de regering geen oplossing biedt voor de langere opzegtermijnen, dreigt opnieuw massaal banenverlies in de bouwsector. Bovendien zullen onze bedrijven niet meer gestimuleerd worden om arbeiders een contract van onbepaalde duur aan te bieden. Ons sociaal model komt zo onder enorme druk te staan”, waarschuwt Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw.