naar top
Menu
Logo Print
13/11/2019 - JAN DE NAEYER

EUROPESE NORM HERSTEL BETONSCHADE AARDT NIET IN PRIVATE SECTOR

FEREB ontwikkelt Projectgebonden Garantieverzekering voor herstel van betonschade

Vanaf de jaren 60 en 70 werd beton, naast de burgerlijke bouwkunde, ook meer toegepast voor de constructie van appartementsgebouwen. Niet ver­wonderlijk dus dat er vandaag steeds meer gevallen van betonschade opduiken. Die schade adequaat herstellen blijkt geen sinecure. Daarom kwam tien jaar terug een Europese norm in voege die criteria vastlegde voor producten en aannemers. Op de private markt blijft die echter veelal dode letter. Om dat te verhelpen, sloegen een aantal partners de handen in elkaar rond het zogenaamde VISiv-traject. Een van die partners is FEREB. Uw vakblad had een gesprek met Paul Steenmans en Guido Van der Borgh, beide technisch raadgevers, over oplos­singen voor duurzame betonherstellingen.

betonherstel
Het FEREB-bestuur met van van links naar rechts: Guido Van der Borgh, Paul Steenmans, Thierry Pfleiderer en Walter Vandeperre

FEREB vzw

FEREB werd opgericht in 1992 en vertegenwoordigt als beroepsvereniging de belangrijkste bedrijven die actief zijn in de herstelling, versteviging en bescherming van beton. Leden zijn dienstverlenende be­drij­ven, zoals gespecialiseerde studie­bureaus en verzekeraars, aannemers en fabrikanten van betonherstellingsproducten. FEREB vertegenwoordigt haar leden in nationale en internationale commissies inzake kwaliteitsnormen, workshops, congressen, en pro­moot kwalitatieve en duurzame betonherstelling. In samenwerking met alle be­trokken actoren heeft FEREB de al bestaande procescertificatie niveau A, B en C verder uitgebreid met een niveau D. Hiermee kan aan syndici en mede-eigenaars van ge­bouwen een garantie worden gegeven om­trent de duurzaamheid van betonherstellingen.

EUROPESE STUDIE

In juni 2018 startte het VISiv-traject. Wat houdt dat precies in?

Paul Steenmans: “In dit tweejarige project werken Vlaamse Confederatie Bouw, Netwerk Architecten Vlaanderen, het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor de Bouw en de Federatie van specialisten in betonherstelling, -bescherming en -versteviging collectief samen met als doel de vakkennis en de vaardigheden van de Belgische bedrijven, aannemers en architecten, die actief zijn in de sector van de betonherstellingen, te vergroten. Het ge­heel krijgt de steun van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen. Op die ma­nier willen we een duurzaam en kwalitatief re­sultaat behalen inzake betonherstellingen. De ver­schillende partners zullen in dit traject en­kele activiteiten ontwikkelen, waaronder infosessies, werfbezoeken en technische documen­ten opstellen, aangepast aan deze ver­schillende sec­to­ren.”

De nood aan een dergelijk traject bleek uit een Europese studie die gewag maakte van het feit dat betonherstellingen nogal eens niet volgens de regels van de kunst werden uitgevoerd of met onaangepaste producten …

betonherstel
In juni 2018 startte het VISiv-traject. Het krijgt de steun van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen. Zo moet een duurzaam en kwalitatief resultaat behaald worden inzake betonherstellingen

Guido Van der Borgh: “Ik heb zelf aan die studie meegewerkt, maar het was al lang een publiek geheim dat betonherstellingen vaak niet lang meegingen. Het gevolg was dat er heel wat energie en budget gingen naar herstellingen die niet voldeden. Telkens wanneer een herstelde betongevel werd gereinigd onder hoge druk, drong een nieu­we herstelling zich op. Na ver­loop van tijd schoot er niks meer over en werd betonherstelling ei­genlijk een zinloze operatie. Wat hier in België gebeurde, ge­beurde ook in de overige Europese landen, zo toonde de studie aan. Daarom besliste de Europese Commissie in 2000 om de betonherstellingen in heel Europa onder de loep te nemen. De finale studie werd neergelegd in 2005 en kwam tot de jammerlijke conclusie dat meer dan 50% van alle repa­raties niet langer meeging dan tien jaar. In 2009 werd een vervolg aan deze studie gebreid door de introductie van een nieuwe Europese norm (EN 1504) waarin een aantal zaken werden opgenomen die de studie als pijnpunten naar voren had gebracht.”

“Het was al lang een publiek geheim dat betonherstellingen vaak niet lang meegingen”
- Guido Van der Borgh

NIEUWE NORM

Wat waren de voornaamste pijnpunten die de studie blootlegde?

Van der Borgh: “Ik zal een paar keer een vergelijking maken met de medische sector om een en ander te duiden. Als je bij de dokter komt, is het eerste wat die doet, een diagnose stellen. Je moet weten waaraan de zieke ziek is. Je kan kanker niet genezen met een aspirine. Evenmin helpt chemo tegen hoofdpijn. Hetzelfde geldt voor beton. Je moet eerst weten wat de oorzaak is en de ernst ervan vooraleer je een remedie kan voorstellen. Daarom bepaalt de nieuwe norm ook dat het stellen van een adequate diagnose verplicht is. In tweede instantie bracht de studie aan het licht dat veel van de gebruikte producten niet deug­den. Daarom werden een aantal minimale eisen bepaald om een product in Europa op de markt te mogen brengen. Er werd een vrijwillig certificatiesysteem op poten gezet met kwaliteitsborging.”

betonherstel
Het stellen van een adequate diagnose is verplicht volgens de nieuwe norm

Goede producten moeten uiteraard nog altijd op de juiste manier gebruikt worden.

Van der Borgh: “Klopt volledig. Als een ver­pleegster niet weet hoe ze je een aspirine moet toedienen, ben je niet geholpen. Met andere woorden, als de architect de juiste diagnose stelt en de aannemer met goeie producten werkt, maar die verkeerd gebruikt, dan blijft het evengoed een maat voor niets. Daarom bepaalde de norm ook – weliswaar niet al te strenge – criteria waaraan aan­nemers in betonherstelling moeten voldoen. Met FEREB ontwikkelden we, in overleg met BCCA en TÜV SÜD Benelux, een procescertificeringssysteem voor aannemers en hun arbeiders, ge­baseerd op een theoretische en prak­tische op­leiding gevolgd door een proef, om hun com­petenties te evalueren. Diagnose, producten en aannemers waren dus drie belangrijke aan­dachtspunten in het geheel. Tot slot werd ook de klemtoon gelegd op de nazorg. Om in de medische leefwereld te blijven: misschien is je zieke wel helemaal niet te genezen, maar is het mogelijk om de ziekte onder controle te houden. Idem dito bij betonherstellingen: ook die moeten periodiek aan een inspectie on­derworpen worden.”

PRIVATE SECTOR

De nieuwe norm komt dus tegemoet aan heel wat pijnpunten. Maar wordt de norm ook nageleefd, of blijft ze dode letter?

Van der Borgh: “De regio’s Vlaanderen, Wal­lonië en Brussel hebben de norm direct aangenomen. De erkenning van de norm vormt dus niet het probleem. Het schoentje wringt echter in de private sector, waar de norm, tien jaar na het tot stand komen ervan, nog altijd onvoldoende ingang vindt. Bestekopstellers denken het nog al te vaak beter te weten ‘omdat we het altijd al op onze manier gedaan hebben’. Dat is nefast, want in de private sector mer­ken we nog veel te veel herstellingen van de her­stellingen die dan nog steeds niet af­doende blijken te zijn. Zoals het zo vaak ge­beurt met de Europese regelgeving: de con­trole op de naleving ervan laat te wensen over. De fabrikant van betonherstellingsproducten mag zijn eigen producten con­troleren. Europa con­troleert enkel de controle van de fabrikant, maar niet het product zelf. Dat is frappant: nieuwe wagens worden op pakweg duizend punten gecontroleerd, maar in de sector van betonherstellingsproducten is er dan weer wei­nig of geen controle. Onze Bel­gische regio’s vonden dat alvast geen goed idee en wilden een controle door een neutrale derde partij, zoals Benor of TÜV SÜD Bene­lux. Daarom werd zowel het vrijwillige certificatiesysteem voor de producten als de procescertificatie voor de aannemers op poten gezet.”

betonherstel
De controle op de naleving van de nieuwe Europese norm laat te wensen over

En om die private sector mee in het bad te trekken, werd het VISiv-traject in het leven geroepen?

Steenmans: “Inderdaad. De bedoeling is om de norm tien jaar later alsnog ingang te laten vinden. We mikken daarbij vooral op de kleinere aannemers en studiebureaus. De grote bouwgroepen weten immers waarmee ze bezig zijn. Bij de anderen willen we de kennis over de producten, werking en toepassing ervan vergroten. We werken met een aantal trekkers die het goede voorbeeld geven en de grote groep volgers moeten meetrekken. Er wor­den opleidingen georganiseerd voor arbeiders om hen op een correcte manier met de juiste producten te leren werken.”

PROJECTGEBONDEN GARANTIEVERZEKERING

Op jullie website is te lezen dat amper 5% van de aannemers een door FEREB geor­ganiseerde opleiding heeft gevolgd. Is het dan geen idee om enkel die happy few betonherstellingen te laten uitvoeren?

Van der Borgh: “Voor een goed begrip: wij hebben de opleidingen mee geïnitieerd, maar ze worden in de praktijk gegeven door onze partners BCCA of TÜV SÜD Belgium.”

Steenmans: “Door nauw samen te werken met regionale overheden, kunnen we er veelal wel voor zorgen dat het gevolgd hebben van een opleiding een noodzakelijke voorwaarde is om te mogen deelnemen aan aanbestedingen. In de private sector hebben we daar veel minder vat op. En opnieuw moet het VISiv-traject dat proberen te verhelpen.”

De private sector bestaat vooral uit appartementsgebouwen die beheerd worden door syndici of mede-eigenaars. Voor hen hebben jullie een specifieke oplossing ontwikkeld?

Steenmans: “Wij ontwikkelden de zogenaamde Projectgebonden Garantieverzekering. De ervaring leerde immers dat de besluitvorming rond belangrijke renovaties aan ap­partementsgebouwen in mede-eigendom niet altijd gemakkelijk verloopt. Vaak beschikken syndici noch mede-eigenaars over voldoende technische kennis om de juiste beslissing te kunnen nemen. Vaak wordt gekozen voor de goedkoopste offerte die niet noodzakelijk de beste oplossing biedt, noch de duurzaamste is. Wie onze procedure van a tot z volgt, krijgt een tienjarige garantieverzekering, die eventuele gebreken aan de uitgevoerde herstelling dekt, ongeacht of de aannemer nog actief is of niet. Die procedure bestaat uit de al beschreven stappen, zoals een adequate diagnose, werken met de juiste producten en op de juiste manier werken met die adequate producten.”

betonherstel
Er duiken nog steeds heel wat gevallen van betonschade aan appartementsgebouwen op

HOE ONTSTAAT BETONSCHADE?

Betonschade is meestal niet te wijten aan de kwaliteit van het beton zelf, maar aan de uitvoering. Bepaalde details, waar­van men het belang nog niet vol­doende kende of die aan de aandacht ontsnapten, zijn jaren later de oorzaak van onder andere betonrot. Water dat in beton aanwezig is, zal bij vorst uitzetten (tot 9%). Dat veroorzaakt desintegratie, met alle gevolgen van dien. Maar ook meerdere chemische elementen kunnen de kwaliteit van het beton aantasten. Sulfaten kunnen reageren met aluminium in cement. Door de aanwezigheid van chloriden in beton kan de passiviteit van het wapeningsstaal aangetast worden. Echter, de meest voorkomende schade bij beton wordt veroorzaakt door carbonatatie. Koolstofdioxide (CO2) uit de atmosfeer dringt binnen in het beton en reageert met de calciumhydroxide van het cement. Het resultaat is calciumcarbonaat, waardoor de alkaliteit van het beton vermindert en de beschermende passiveringslaag rond de wapening wordt aangetast. Bij aanwezigheid van water en zuurstof begint de wapening te roesten, waardoor er scheurvorming ontstaat. Het hoe en waarom van betonschade moet daarom, zoals in de norm EN 1504 bepaald, eerst achterhaald wor­den, samen met de ernst ervan, zodat er een duurzame herstelling kan gebeuren.