naar top
Menu
Logo Print
Artikel - 29/11/2017

“BELGIE INVESTEERT WEINIG IN INFRASTRUCTUUR"

Dominique Valcke, CEO Stadsbader, hekelt wanverhouding in investeringsgedrag van diverse overheden

De infrasector staat al een tijdje onder druk. Minder werkvolume leidt tot kleinere marges. Al is er volgens sommigen licht aan het einde van de tunnel. Zo ook volgens Dominique Valcke, CEO bij Stadsbader. InfraStructure had een gesprek met de man over onder andere waarom zijn bedrijf sterk inzet op het engageren van Belgische werknemers, over mogelijke oplossingen voor het mobiliteitsvraagstuk en over de wederzijdse verantwoordelijkheid van opdrachtnemers en opdrachtgevers in het welslagen van projecten.


STADSBADER NV

Stadsbader nv uit Harelbeke heeft door de jaren heen een stevige reputatie als aannemer opgebouwd op het vlak van openbare werken en industriële projecten. “Onze opdrachtgevers zijn zowel openbare besturen als ondernemers in de meest uiteenlopende sectoren van de bedrijfswereld", steekt CEO Dominique Valcke van wal. “Wij zijn een familiebedrijf dat in heel België actief is, met een sterke klemtoon op Vlaanderen. Onze hoofdactiviteit bestaat uit het aanleggen van nieuwe infrastructuur. In totaal stellen we zo'n 1.000 werknemers tewerk, verspreid over negen vestigingen. Naast het eigen personeel zijn er nog tal van onderaannemers die onder andere instaan voor transport, markeringen, freeswerken, verhuur van machines met personeel enzovoort."


WERKNEMERS

Lokale verankering

Stadsbader gaat er prat op om voornamelijk met Belgische werknemers aan de slag te gaan. Daar heeft Dominique Valcke zo zijn redenen voor. “Zo proberen we ons te onderscheiden van de concurrentie. De belangrijkste reden daarvoor is de lokale verankering. Belgische werknemers vormen voor ons een investering op langere termijn. Ze leveren ons een stabielere onderneming op. Vanzelfsprekend staan we open voor iedereen en voor alle nationaliteiten. Ook wij hebben ijzervlechters en betongieters van vreemde origine in dienst. Die vind je echter vaker terug op één site, wat de communicatie ten goede komt. Verschillende nationaliteiten in een wegenbouwproject kunnen op communicatief vlak al eens tot problemen leiden. Daarom besteden we daar de nodige aandacht aan. In de maanden januari en februari volgen ongeveer dertig mensen elke dag een opleiding. Dat zijn sowieso maanden met koude en korte dagen, ideaal dus voor een opleidingspakket. Daarin komen tal van aspecten aan bod zoals veiligheid, EHBO, technische materie, noem maar op. Er zijn verschillende leidinggevenden die ook taallessen volgen, in het bijzonder om de communicatie met hun team te verbeteren."


Weinig verloop

Stadsbader heeft gemiddeld zo'n honderd werven tegelijkertijd lopen in een arbeidsintensieve sector. Om werknemers aan te trekken, organiseert het Harelbeekse bedrijf dan ook diverse initiatieven. “We hebben net enkele jobdagen achter de rug. Vroeger werkten we ook veel samen met de VDAB. Via de individuele beroepsopleiding (ibo) gaan hier heel wat mensen aan de slag. Bovendien willen we ook langdurig werklozen of laaggeschoolden hier alle kansen geven en ze heroriënteren. Voor ons is dat opnieuw een investering, maar toch zijn we daar heel actief in. Werknemers aantrekken is het heikele punt in de sector. Het aanbod op de arbeidsmarkt is beperkt. Zodra mensen hier aan de slag zijn, valt het gelukkig wel mee om hen hier te houden. We kennen bij Stadsbader weinig of geen personeelsverloop."


COMPETENTIE

De werkzaamheden van Stadsbader zijn sterk gedifferentieerd. Infrastructuur, burgerlijke bouwkunde, elektromechanica en saneringen zijn de vier grote pijlers in de onderneming. “Uiteraard bestaat er een grote onderlinge wisselwerking", zegt Dominique Valcke. “Dat betekent dat er moeilijk één project uit te halen valt dat typisch is voor onze werkzaamheden. Als een ingewikkeld project tegen een bepaalde snelheid afgerond moet worden, dan voelen we ons als een vis in het water. Door die diversificatie in onze werkzaamheden bestaat ons klantenbestand voor 50% uit openbare besturen en voor 50% uit private klanten, waaronder industrie en retail. Bij openbare aanbestedingen is de prijs vaak een doorslaggevend criterium. We slagen er niet zelden in om dergelijke projecten binnen te halen door ons op de werven zo efficiënt mogelijk te organiseren. Competente mensen op de werven zijn daarbij de sleutel. We zijn bovendien niet afkerig van partnerships met andere aannemers, als daar een meerwaarde in te vinden zou zijn en als we deze op lange termijn kunnen uitbouwen. Rechtlijnigheid en correctheid zijn daarbij belangrijk."


WERKVELD

Het belangrijkste werkveld van Stadsbader is Vlaanderen, maar ook de rest van België wordt bediend. “Daarnaast zijn we ook in het noorden van Frankrijk actief", geeft Dominique Valcke mee. “Laten we zeggen dat we openstaan voor elke opportuniteit die ons kansen biedt. Als dat in het buitenland is, staan we daar zeker voor open. We willen groeien, samen met onze mensen, maar zijn zeker geen omzetfetisjisten. Veel zaken zijn ontstaan vanuit onze klanten of vanuit de positieve spirit van onze mensen. Als we onze marktpositie kunnen behouden en als de klanten en werknemers tevreden blijven, dan zal ik steeds een tevreden CEO zijn. We willen daarbij steeds sterker inzetten op het reduceren van onze ecologische voetafdruk. Zo hebben we al diverse hybride kranen in gebruik en merken we dat het verbruik ervan substantieel lager ligt dan bij gewone."


MARKTSITUATIE

Lichte verbetering merkbaar

De infrasector klaagt al jaren dat er te weinig geïnvesteerd wordt. Dominique Valcke onderschrijft die vaststelling, al merkte hij recent toch enige verbetering. “Ik heb de indruk dat het volume het laatste jaar toch iets gestegen is", aldus de CEO. “Ik moet wel toegeven dat we een periode achter de rug hebben waarin er zeer weinig werkvolume was en er aan scherpe marges werd gewerkt. Zelfs een lichte verbetering is in dergelijke gevallen dan ook al tastbaar. Maar de investeringen in 's lands infrastructuur blijven in België echt wel aan de lage kant. Wij pompen ongeveer 1,3% van ons bnp in de sector, terwijl dat in de ons omringende landen oploopt tot bijna het dubbele. Politieke keuzes zijn verantwoordelijk voor die wanverhouding. In Frankrijk heft Sanef, als grote private wegbeheerder, tol op de snelwegen. De opbrengst daarvan gaat integraal naar het onderhoud van die wegen."


Inhaalbeweging in
België nodig

Dat is in ons land wel even anders. In België voerde men recent het rekeningrijden in, maar daarbij hanteert men een verdeelsleutel waardoor een groot deel van de geïnde sommen niet terugvloeit naar de sector. “Eigenlijk zouden dit communicerende vaten moeten zijn. Als je mensen laat betalen, dan moet je ze ook comfort bieden", stelt Valcke. “Wie betaalt om een weg te gebruiken, verwacht niet ten onrechte een perfect onderhouden weg. Door te weinig te investeren, hinkt men achterop. Daardoor moet men steeds grotere kosten maken om, wanneer het echt te erg wordt, de weg opnieuw aan te leggen. Vergelijk het met een wagen. Als je die niet onderhoudt, valt die op een gegeven moment stil en zul je niet zelden grote kosten hebben om hem weer aan de praat te krijgen. Idem dito in de wegenbouw: de snelwegen in Frankrijk zijn niet beter dan de onze omdat ze daar betere aannemers hebben of betere materialen gebruiken, maar wel omdat ze er constant investeren in hun wegennet. Toegegeven, in ons land is er op de snelwegen een inhaalbeweging geweest, wat we toejuichten. Maar er blijft nog een belangrijke inhaalbeweging te maken. Deugdelijk bestuur zou dan ook moeten verondersteld worden meer in infrastructuur te investeren. Dat komt niet alleen de mobiliteit ten goede, maar het beperkt ook de kosten. De mobiliteit in ons land is erbij gebaat dat we grote stukken weg in één keer kunnen aanpakken. Dergelijke werken hebben gedurende een aantal maanden een grote impact, maar daarna ben je er ook voor vijftien jaar vanaf. Door steeds maar kleine stukjes wegrenovatie aan te besteden, zorg je voor een veelvoud aan hinder bij je bevolking. Via VlaWeBo, de Confederatie Bouw en de Bouwunie proberen we een en ander aan te kaarten op het politieke niveau. Dat pleidooi valt er niet op een koude steen, maar de respons blijft te beperkt."

DEURGANCKDOKBRUG

In 2014 startte de opbouw van de Deurganckdokbrug in Antwerpen. De brug is 143 meter lang en heeft een breedte van 14 meter. Het brugdek met een dikte van 1 meter werd volledig ter plaatse gestort. Bij de opbouw van de brug werden 5.000 m² wandpanelen gebruikt.

Oplossingen mobiliteitsprobleem

Zou Dominique Valcke, gepokt en gemazeld in de infrasector, een oplossing kunnen voorstellen die het mobiliteitsprobleem in ons volgebouwde land ten gronde aanpakt? “België heeft enkele niet te onderschatten troeven, zoals bijvoorbeeld onze centrale ligging in Europa en enkele belangrijke havens in de buurt. We hadden ook een niet te onderschatten troef inzake logistieke doorstroom en die hebben we wegens de vele files vandaag niet meer. Er zijn twee mogelijke oplossingen: ofwel laat je de intensiteit op je wegennet zakken, ofwel verhoog je de capaciteit van dat wegennet. De waterwegen zetten momenteel volop in op meer capaciteit. Op het Albertkanaal worden 62 bruggen verhoogd zodat er grotere schepen kunnen varen. In Heusden-Zolder plaatsten we een tijdelijke brug van 900 ton over het Albertkanaal. Later krijgt ze een definitieve bestemming. Door die ingrepen kunnen containers vier hoog gestapeld worden op de vrachtschepen, een niet onbelangrijke capaciteitsverhoging dus. In de wegenbouw maakt men echter geen keuze tussen de twee mogelijke oplossingen. Als men mensen het comfort wil blijven geven van zich te kunnen verplaatsen, moeten er investeringen gebeuren in de spoor- en waterinfrastructuur, maar evengoed in de wegenbouw. In Nederland heeft men het anders aangepakt. Iedereen is er zeer tevreden omdat je er grote steden binnenrijdt via boulevards van tien rijstroken. Een Leopold II-tunnel van amper twee rijstrookjes in de hoofdstad van Europa is dan ook niet meer van deze tijd. Aan de andere kant, wat onze sector betreft, is er genoeg werk voor iedere speler als de wegen alleen al afdoende onderhouden zouden worden. Maar daarmee los je het mobiliteitsprobleem uiteraard niet op."

Dominique Valcke haalt het voorbeeld aan van Nederland, waar men sterk inzet op concentratie. “Het heeft geen zin om je snelwegen te laten dichtslibben. Mensen zijn niet dom. Ze zoeken alternatieven, met als gevolg dat ook de gewestwegen al meer dan verzadigd zijn. Op dit moment zitten alle wegen overvol. Volgens mij is concentratie het ordewoord. Creëer extra capaciteit op je hoofdassen, zodat het gros van het verkeer daar geconcentreerd blijft. De Vlaams Bouwmeester is voorstander van woonkernen met hoogbouw, zodat er open ruimte beschikbaar blijft. In het verkeer is dat net hetzelfde. Dit is exact het verhaal van de Oosterweelverbinding. Heel Antwerpen staat stil en dat zal zo blijven tot die verbinding effectief gebruikt zal kunnen worden."


Werfuitvoering

Dominique Valcke: “In de jaren 1990 startten we met Stadsbader met nachtwerken op de E40. Daarmee kon je verkeershinder grotendeels beperken. Vandaag de dag speelt het geen rol meer of je overdag dan wel 's nachts werkt. Files zijn er toch. Het Vlaams Verkeerscentrum bepaalt het tijdvenster waarin we kunnen werken, en dat wordt steeds korter, net als de werfzone waarin we actief mogen zijn. Dus ook op het vlak van werfuitvoering zijn we ons aan het vastrijden. Daar komt nog eens bovenop dat men een systeem heeft geïnstalleerd van enorme inspraak van iedereen. Daardoor worden grote werken, om Oosterweel niet te noemen, geconfronteerd met ellenlange procedures, beroepen en betwistingen. Uiteindelijk moet iemand wel het mandaat hebben om knopen door te hakken. Per slot van rekening organiseren we toch verkiezingen om onze bestuurders aan te duiden. Als ze eenmaal verkozen zijn, laat hen dan ook besturen. Ook in een bedrijf is er een zaakvoerder of raad van bestuur die definitief beslist én die beslissing enkele jaren later niet herroept. Er moet stilaan toch echt op lange termijn gedacht worden."

“De klant vergeet soms dat hij de macht bezit om een project goed of fout te laten verlopen"

AANDACHTSPUNTEN VOOR DE TOEKOMST

Om af te sluiten doet Dominique Valcke nog een oproep aan alle klanten en zeker aan openbare besturen. “We moeten met alle mogelijke middelen de mensen op de werf ondersteunen. Toen ik in 1992 werfleider was, zat ik aan de tafel met een projectleider en de landmeter aan de kant van Stadsbader. Aan de klantzijde zaten er eveneens drie mensen van het opdrachtgevende bestuur. Als we nu een werfkeet binnenkomen, zijn wij er nog altijd met dezelfde drie, terwijl de andere partij niet zelden tien tot vijftien mensen afvaardigt: politici, mobiliteitsambtenaren, veiligheidscoördinatoren, technische diensten, hogere overheden, nutsmaatschappijen enzovoort. Als die allemaal hun zegje moeten doen, dan duurt die vergadering niet alleen veel te lang, maar dan valt dat voor onze mensen zeer moeilijk te coördineren. Daarbovenop komt nog eens het intensieve mailverkeer, waarop men meteen een antwoord verwacht. Dat klopt niet. Onze mensen moeten op de werf hun ding kunnen doen. Klanten moeten van hun kant zorgen voor één aanspreekpunt binnen hun organisatie, zodat de communicatie gekanaliseerd kan worden. De klant vergeet soms dat hij de macht bezit om een project goed of fout te laten verlopen. Bij elke opdracht moeten opdrachtgever en opdrachtnemer een team vormen."

NOODBRUG HEUSDEN-ZOLDER 

Op 4 december werd de 124 meter lange en 22 meter hoge tijdelijke noodbrug ingevaren in Heusden-Zolder. Om in de toekomst binnenvaart met vier lagen containers mogelijk te maken, wordt de bestaande brug van de E314 opgevijzeld. De stalen boogbrug van 1.100 ton wordt tijdens de werken ingezet om het verkeer niet te belemmeren op de E314.