naar top
Menu
Logo Print

TOPMAN JAN DE NUL GROUP KLAAGT ADMINISTRATIEVE MALLEMOLEN AAN

Weinig Vlaamse bedrijven spreken zo tot de verbeelding als Jan De Nul nv uit Aalst. De hoofdzetel van Jan De Nul Group mag zich dan wel in Luxemburg bevinden, toch blijft Jan De Nul nauw verweven met de carnavalsstad. In 2017 wordt op de site aan de Tragel een volledig nieuw kantoorgebouw van 25.000 m² opgetrokken om die verbondenheid te versterken. InfraStructure slaagde erin om topman Dirk De Nul te strikken voor een verhelderend gesprek over de groei van de onderneming, de nationale en internationale problemen waarmee een bedrijf van die omvang en in die sector mee geconfronteerd wordt, en de toekomstplannen.


BAGGERAAR EN SLUIZENBOUWER

De A11 tussen Brugge en Westkapelle is een realisatie van Jan De Nul Group. Infrastructuurwerken en civiele bouwwerken maken tegenwoordig nog maar 25% uit van de activiteiten van het bedrijfJan De Nul Group ontstond uit een klassiek aannemingsbedrijf dat het levenslicht zag in 1938. Van het bouwen van woningen werd er al snel overgeschakeld op het optrekken van grotere gebouwen, waaronder het ziekenhuis van Ninove. “Mijn vader begon aan dat ziekenhuis nog voor de Tweede Wereldoorlog", verduidelijkt Dirk De Nul. “De afwerking gebeurde wel pas in 1949 omdat de oorlogsjaren roet in het eten strooiden. De overschakeling richting baggerwerken kwam er al in de jaren 1950. 
Aanvankelijk gebeurde een en ander nog met een gehuurd vaartuig, maar de goesting was gewekt bij mijn vader. Hij besefte al snel dat hij zich beter thuis voelde in het baggeren dan in de klassieke aannemerij. In 1952 bestelde hij zijn eerste baggerschip in Nederland om het kanaal Gent-Terneuzen ermee uit te baggeren. Intussen zijn we ook civiele aannemer gebleven, weliswaar niet meer van villa's en woningen, maar dan van grote complexe gebouwen, infrastructuurwerken en waterbouwkundige werken zoals sluizencomplexen. 
De sluis van Merelbeke was ons eerste project. En onlangs hebben we de Kieldrechtsluis officieel geopend. Gelet op de grootte van de verschillende sluizen die we bouwden, kunnen we met recht en reden zeggen dat we de grootste sluizenbouwer van de wereld zijn. Dat alles neemt echter niet weg dat, waar de civiele bouwwerken vroeger 75% van onze activiteiten uitmaakten en baggerwerken 25%, die verhouding tegenwoordig volledig omgedraaid is."


INTERNE EXPERTISE DOOR OPLEIDING EN ACQUISITIE

Met de acquisitie van Soetaert nv uit Oostende haalde Jan De Nul Group de nodige expertise in huis. Dat blijkt onder andere uit de funderingswerken voor deze ondergrondse garage in AalstDirk De Nul staat even stil bij de wijzigingen in de markt, waarbij klanten tegenwoordig veel meer opteren voor een totaalproject dat ze in handen van één aannemer geven. “Het is dan aan die aannemer om het project tot een goed einde te brengen, al dan niet door een beroep te doen op onderaannemers. Met Jan De Nul Group treden we meestal op als hoofdaannemer die zeer veel expertise in huis heeft, en doen we een beroep op onderaannemers voor werken die niet tot onze expertise behoren. Een deel van onze opdrachten bestaat bijvoorbeeld uit milieuactiviteiten, zoals bodemsaneringen. Niet zelden nemen we ook de latere ontwikkeling van de gesaneerde terreinen in portefeuille. Voor zulke projecten werken we samen met onze dochtermaatschappijen Envisan en PSR Brownfield Developers.

De strategie om zo veel mogelijk opdrachten in eigen beheer uit te voeren, rollen we nu al meer dan een decennium uit. Wat we zelf doen, doen we daarom niet altijd beter, maar we hebben er wel steeds de controle over. We zijn niet afhankelijk van derden voor de geleverde kwaliteit of de termijn waarbinnen we de klus moeten klaren. Let wel: we overdrijven ook niet in het binnenhalen van expertise. Zo is het absoluut niet onze ambitie om in gebouwen die we opgetrokken hebben, ook eigenhandig technieken of afwerking te voorzien. Als we elektriciens, verwarmingsspecialisten, stukadoors enz. nodig hebben, dan raadplegen we de markt.

Met de laatste acquisitie die we realiseerden, met Algemene Ondernemingen Soetaert nv uit Oostende, hebben we expertise in huis gehaald die we tot dan nog ontbeerden. We waren op zoek naar een partner die binnen onze groep verantwoordelijk gesteld kon worden voor beschoeiingen, heipalen, slibwanden en dergelijke. Soetaert betekent dus een grote meerwaarde voor belangrijke projecten waarbij deze expertise steevast nodig is. Het eerste bewijs daarvan is al meteen in onze buurt, zijnde de aanleg van een tunnel onder het kruispunt van de Boudewijnlaan met de Siesegemlaan in Aalst."

“Het duurt veel te lang om een bouwdossier volledig bouwrijp te krijgen. Ondanks al het getoeter over administratieve vereenvoudiging merk ik daar geen beterschap in"

DIVERS KLANTENBESTAND

Jan De Nul Group beschikt over een uitgebreid machinepark en een grote vloot. Het installatieschip Vole au Vent voor windturbines werd onlangs in gebruik genomen“Vroeger hadden we met het ministerie van Openbare Werken eigenlijk maar één klant", vertelt Dirk De Nul. “Na de regionalisering van die bevoegdheden zijn uiteraard de diverse regionale overheden onze belangrijkste klant. Maar in België hebben we daarnaast al heel wat gerealiseerd voor de industrie en voor private klanten. Diezelfde doelgroepen kom je ook tegen in onze buitenlandse opdrachten. Zo werken we momenteel in Panama aan een kaaimuur voor een klant uit Singapore. Zowel nationaal als internationaal hebben we een zeer gevarieerd cliënteel. In België realiseren we qua civiele bouw een omzet van 571 miljoen euro. Dat vertegenwoordigt ongeveer 25% van onze totale omzet, die 2,2 miljard euro bedraagt. Het gros van die omzet wordt duidelijk gerealiseerd door de baggerwerken en de aanverwante werken die we recent opgestart hebben, zoals de installatie van windturbines op zee."


ERVARING ALS TROEF

Interne expertise is het sleutelwoord bij Jan De Nul Group. Die opbouwen blijft evenwel een constante uitdaging. “Vroeger had bijvoorbeeld niemand ooit gehoord van een windmolenpark op zee. Ook wij moeten mee op die kar. Ons voordeel is evenwel dat we al sinds jaar en dag civiele aannemers zijn en dus kunnen terugvallen op een onschatbare ervaring. We hebben al heel wat kubieke meters beton gegoten in zeer moeilijke omstandigheden. Daar komt nog eens onze baggerervaring bij en onze expertise inzake het tillen van zeer hoge lasten. Al in 1987 realiseerden wij de berging van de gekapseisde Herald of Free Enterprise.

Ons ultieme voordeel ten opzichte van de concurrentie is dat we heel veel technici in huis hebben. Wij hebben geen extern studiebureau nodig om een voor ons totaal nieuwe opdracht van naaldje tot draadje uit te vlooien. Het volstaat om onze staf van technici, tekenaars en cijferaars te raadplegen om te weten waaraan we beginnen. Een bijkomende troef van ons bedrijf is dat we daarnaast ook nog eens beschikken over een atelier waar we de uitgetekende elementen zelf maken. Mijn vader leerde ons om vaak een model te maken. Als er discussie is over een bepaald element, pakweg een stalen of betonnen trap, dan zullen we aan onze schrijnwerkers al snel eens vragen om een stuk van die trap in hout uit te werken. Zo kunnen we ons een reëel beeld vormen en dan is de discussie vaak al half gevoerd."


GROOTSTE KROATISCHE WERKGEVER IN BUITENLAND

De meeste bedrijven bestaan maar bij de gratie van hun personeel. Voor de 7.000 man sterke Jan De Nul Group is dat nog meer het geval. “In Aalst werken ong. 1.000 mensen. Op andere Belgische werven zijn dat er nog eens 800-tal", aldus De Nul. “Al de overige werknemers zijn in het buitenland aan de slag. Dat personeelsbeleid blijft een hele uitdaging. De bemanning van een schip ziet er vandaag de dag bijvoorbeeld helemaal anders uit dan in de jaren 60.

Ongeveer 95% van de mensen aan boord zijn geschoolde zeevaartlui. Onze Belgische zeevaartscholen leveren onvoldoende afgestudeerden om aan onze vraag te voldoen. Daarom hebben we nu zo'n 625 Kroaten in dienst. Kroatië heeft immers een zeer dicht net van goeie zeevaartscholen. We werden ooit zelfs al eens gelauwerd als grootste buitenlandse werkgever voor Kroaten. Sommige van onze schepen hebben een volledig Kroatische bemanning. Lokaal werken we er met een agent die voor ons rekruteert. Maar dat is niet alleen in Kroatië het geval. Ook in bijvoorbeeld Panama of Argentinië werken we met dergelijke agenten."


VERSTIKKENDE REGELGEVING

Als een van de grootste pijnpunten uit de sector van de civiele bouwkunde haalt Dirk De Nul de regelgeving en bijbehorende administratieve rompslomp aan. “Alleen al in België is het vaak een onontwarbaar kluwen. Vooraleer je hier een bouwdossier bouwrijp krijgt, zijn er minstens een aantal maanden onderhandeling aan voorafgegaan. Ik zie daar ook geen beterschap, ondanks al het getoeter over administratieve vereenvoudiging. Bij het indienen van je bouwaanvraag moet je ook al je exploitatie- en milieuvergunning indienen.

Elke behandelende administratie beschikt over eigen termijnen qua behandeling. In het geval van een afkeuring ga je niet zelden volledig terug naar af. Al is er op dat vlak wel een beetje veranderd. Vroeger was het mogelijk dat je bouwvergunning drie maanden op het stadhuis bleef liggen om in de laatste week van de behandelingstermijn toch afgekeurd te worden wegens bijvoorbeeld een te kleine regenwaterput. Nadat je je plan had aangepast, kon je nog eens drie maanden wachten. Dat was absoluut te gek voor woorden. Nu kun je wel al een vergunning krijgen onder opschortende voorwaarden."


STRENGE BRANDWEERNORMEN

“Een immens probleem blijven evenwel de brandweernormen. De brandweerstudiediensten zijn de laatste jaren enorm sterk geëvolueerd: vroeger nam iemand dergelijke studies erbij tussen de soep en de patatten. Nu werden diverse diensten gegroepeerd en bestrijken ze een heel gebied. De normen werden onder de loep genomen en verstrengd. Maar een gebouw van vijf verdiepingen is geen wolkenkrabber zoals in Hong Kong. Het moet haalbaar blijven."


INTERNATIONALE CONFLICTERENDE REGELGEVINGEN

De door Dirk De Nul beschreven problematiek behelst alleen nog maar ons kleine land. Daarnaast wordt Jan De Nul Group geconfronteerd met de complexe regelgeving wereldwijd. “Een groot probleem waar we dagelijks mee geconfronteerd worden, zijn invoerrechten", weet Dirk De Nul. “In sommige landen is het niet evident om die geregeld te krijgen. Sommige werven lopen maanden vertraging op omdat elementaire onderdelen niet ingevoerd raken, dossiers niet behandeld worden, goederen door de douane geblokkeerd worden om dan uiteindelijk toch geweigerd te worden enz. Een voorbeeld: aan boord van elk schip is er een heel beperkt hospitaal. Een kapitein moet in staat zijn om bijvoorbeeld een been te amputeren. Sommige landen verbieden echter de invoer van verdoving. Dat, terwijl zowel de Belgische als de Luxemburgse vlag wel eist dat we die aan boord hebben. Dat creëert een duale situatie waarbij in het ergste geval je kapitein in de cel kan belanden voor de invoer van verboden middelen.
Ook de verblijfsvergunningen vormen niet zelden een pijnpunt. Onze bemanning is doorgaans 58 dagen na elkaar aan het werk, waarna drie weken verlof volgen. Tijdens dat verlof komt een nieuwe bemanning aan die hen aflost. Maar het gebeurt te vaak dat een bemanningslid niet op vakantie kan vertrekken omdat zijn paspoort niet vrijgegeven wordt, of dat een aflossend bemanningslid niet aan de slag kan omdat hij geen vergunning kreeg."


NIEUWBOUW IN AALST

Jan De Nul Group heeft al een hele geschiedenis achter de rug, maar het verhaal is absoluut nog niet ten einde. De groep plant immers een volledige nieuwbouw op de site van het Aalsterse filiaal. “Onze recentste kantooruitbreiding dateert van 2005, maar we zijn al twee jaar aan het denken aan de volgende. In januari 2017 willen we de eerste steen ervan leggen. Een aantal gebouwen op de site zullen afgebroken worden. In totaal zullen we 25.000 m² bijbouwen, waarvan 18.000 m² bovengrondse kantoren en de rest ondergrondse parkings. Daar zullen 100 tot 150 nieuwe personeelsleden in terechtkunnen."


Vacatures

“Op de dag van vandaag hebben we een honderdtal vacatures voor uiteenlopende functies openstaan. Dat lijkt veel, maar je raakt snel aan zo'n aantal. Er liggen immers weer enkele schepen op de tekentafel. Zodra die afgewerkt zijn, heb je uiteraard een volledige bemanning van 150 mensen nodig."


RICHTING 10.000 WERKNEMERS

“Als ik zie dat de groep in 2016 bijna 1.000 werknemers meer telt dan vorig jaar, dan zou het me niet verwonderen dat we over vijf jaar ruim 10.000 mensen tewerkstellen wereldwijd", stelt Dirk De Nul. “Let wel: dat is geen fetisj. Het is niet onze strategie om koste wat het kost 10.000 mensen tewerk te stellen. We gaan uit van een organische groei en als die blijft lopen zoals die nu loopt, dan zouden we daar wel eens op kunnen uitkomen. Als ik daarnet zei dat de regelgeving een probleem is, dan zijn onze werknemers de oplossing daarvoor. We beseffen dus zeer goed de waarde van ons personeel. Onze groep doet enorme inspanningen om mensen te rekruteren: samenwerking met scholen, jobdagen, wervingscampagnes, noem maar op. Maar zodra ze hier een contract tekenen, begint het werk nog maar. We moeten ze hier ook kunnen houden. Daar besteden we eveneens veel aandacht aan. Wie toch vertrekt, krijgt steevast een exitgesprek waarin we polsen naar de redenen van het vertrek. Daaruit willen we leren om ons personeelsbeleid nog beter af te stemmen op onze werknemers."