naar top
Menu
Logo Print
29/11/2017 - JAN DE NAEYER

MOORDENDE CONCURRENTIE MET BUITENLAND

Herve Demeyere (Persyn nv) luidt de alarmbel over loonkosten

De infrastructuursector heeft het lastig. Qua open deur kan dat tellen. De loonkost weegt te zwaar door. De concurrentie met goedkope buitenlandse werkkrachten is moordend. En de politiek talmt met het doorhakken van knopen. Geen wonder dat Hervé Demeyere, gedelegeerd bestuurder van bouwfirma Persyn uit Zwevegem en tevens lid van het directiecomité van Bouwunie, zich zorgen maakt. Uw vakblad InfraStructure zat met hem rond de tafel over Persyn, over de eisen van de sector en over een klein lichtpuntje aan het einde van de tunnel.

MET DANK AAN BEKAERT

Met de oprichting van Aquafin werd ook de markt van de waterzuivering heel belangrijk voor Persyn

Persyn nv is kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht in Zwevegem door Sylvère Persyn. Aanvankelijk is er gestart met grond-, wegenis- en waterwerken. In de jaren 60 zijn ook de eerste kunstwerken (bruggen, tunnels en viaducten) uitgevoerd. In 1985 nam Frank Persyn het roer over van zijn vader. Die hield het in 2007 voor bekeken en via een managementbuy-out kwam de firma in handen van vier ingenieurs. “Eigenlijk is de firma groot geworden onder de vleugels van het naburige bedrijf Bekaert, waarvoor we heel veel opdrachten uitgevoerd hebben", aldus gedelegeerd bestuurder, Hervé Demeyere. “Met de oprichting van Aquafin werd ook de markt van de waterzuivering voor ons heel belangrijk. Zowel de rioleringswerken als het bouwen van de waterzuiveringsstations. Heel recent hebben we onze activiteiten nog wat verder uitgebreid vanuit de eenvoudige logica dat als we rioleringen konden leggen, we evengoed waterleidingen en pijpleidingen konden aanleggen, mits een bepaalde vorm van specialisatie uiteraard. Maar intussen zijn we ook steeds aandacht blijven besteden aan onze industriële klanten."

OUDE WEGEN ZIJN FUNDERING VAN DE NIEUWE

Het machinepark van Persyn bevat o.a. 8 vrachtwagens, 2 kraanwagens, 30 rupsgraafkranen, 2 bandengraafkranen, 2 telescoopkranen en 5 torenkranenVoor de industrie verricht Persyn tal van werkzaamheden. “Heel wat wegenis- en leidingwerken uiteraard, maar ook veel gebouwen", weet Demeyere. “De klant vraagt een uniek aanspreekpunt voor een volledig gebouw. Daarin hebben we ons dan ook gespecialiseerd. Uiteraard doen we voor de afwerking een beroep op gespecialiseerde onderaannemers, maar wij blijven wel de contactpersoon voor de klant. Persyn is dan ook een echte bouwfirma en beschikt eveneens over een eigen betoncentrale. Wegeniswerken brengen immers een bepaalde afvalstroom op gang die we zo veel mogelijk zelf in handen willen houden. De oude wegbedekkingen worden hier gebroken tot de juiste fractie, en dat hergebruiken we in cementgebonden funderingen. Op die manier hebben we heel weinig verlies. Toch veel minder dan in het verleden, toen alles naar een stortplaats werd afgevoerd. Een mooi voorbeeld van hoe economie en ecologie hand in hand kunnen gaan. Wij hebben niet de ambitie om op ecologisch vlak de eerste te zijn, maar heel vaak hebben economische ingrepen ook een ecologisch rendement, zoals het vervangen van onze energieverslindende verlichting door zuinigere exemplaren. Elke vier jaar vervangen we ook ons machinepark, telkens weer door milieuvriendelijkere machines."


VERVANGING VIJF SPOORWEGBRUGGEN

Een erg mooi voorbeeld van een typische Persyn opdracht is de vervanging van vijf spoorwegbruggen tussen Erpe-Mere en Wetteren. “Uit een onderzoek van Infrabel bleek dat de bruggen niet te renoveren waren en vervangen moesten worden door betonnen exemplaren. Daar kwam nog bij dat er nieuwe normen gerespecteerd moesten worden met het oog op de uitbreiding van twee naar vier spoorlijnen. Per brug kregen we een weekend de tijd om de oude brug af te breken en een klein jaar om een nieuwe brug te construeren. Infrabel beschikt over een eigen metalen bekistingssysteem dat op één nacht over de sporen geplaatst kan worden, zodat het treinverkeer zo weinig mogelijk hinder ondervindt. Zodra die bekisting geplaatst is, kunnen we veilig werken, terwijl het normale treinverkeer mogelijk blijft. We zijn net klaar met die opdracht. Vlak voor het bouwverlof werd de vijfde en laatste brug afgewerkt."

“Belgische aannemers moeten zich vandaag de vraag stellen of het nog langer loont om te investeren in eigen personeel“ 

METALEN BEKISTING LAAT TREINVERKEER TOE

Heel specifiek aan de boogbruggen over de spoorweg tussen Erpe-Mere en Wetteren is de metalen bekisting van InfrabelHeel specifiek aan de spoorwegbruggen is de metalen bekisting die Infrabel gebruikt, maar evengoed de samenstelling van het te storten beton. “De spoorwegbruggen zijn eigenlijk boogbruggen", legt Hervé Demeyere uit. “Beton is in principe vloeibaar. Eigenlijk moet het onderste deel zo stijf mogelijk gegoten worden, zodat het beton niet uitloopt. Tegelijk mag het niet te stijf zijn, want anders krijg je holtes omdat een verdichting dan moeilijk wordt. Dat evenwicht vinden is vaak nauwgezet afmeten. Om dit te testen, hebben we effectief eens een schuine kant opgesteld en getest met enkele betonsoorten. Om de vloeibaarheid van beton te testen, wordt een 'sample' ervan in een kegel gegoten. Wanneer die kegel vol is, wordt hij omhooggetrokken. Daardoor stroomt het beton uit. De diameter van dat uitgestroomde beton is een maat om de vloeibaarheid van het beton uit te drukken. Wanneer er een betonmixer aankwam op de werf, werd het beton steevast op die manier getest. En af en toe werd er wel eens eentje teruggestuurd."


WERFINCIDENTEN

“We controleren steeds of wat er op de plannen staat, ook daadwerkelijk klopt, via onder andere boringen. Een ongeluk is anders snel gebeurd”Dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is op de werf, is een open deur intrappen. Ook Persyn blijft niet gespaard van kleine en af en toe minder kleine akkefietjes. “Klopt. In Vlierzele is er bijna een kraan de dieperik in gekieperd bij de afbraak van een brug. Dat kwam doordat er naderhand een holte in de brug bleek te zijn, terwijl op de plannen stond vermeld dat die holte opgevuld was. Gelukkig had de kraanman de tegenwoordigheid van geest om zijn kraanarm uit te steken, waardoor erger voorkomen kon worden. We leren constant uit zulke voorvallen. Nu controleren we steeds of wat er op de plannen staat, ook daadwerkelijk klopt, via o.a. boringen. Een ander voorval waar we zelf weinig mee te maken hadden, gebeurde even verderop in Westrem. Ondanks alle signalisatie reed een dronken automobilist toch de dieperik in. Die man heeft het geluk van zijn leven gehad, want hij belandde net tussen de sporen en de stalen wachtstaven. Een meter naar voren of naar achteren, en hij was morsdood geweest. Onvoorstelbaar."


VERSCHIL IN LOONKOST

Een belangrijk thema in het overleg tussen de bouwsector en de overheid is momenteel de concurrentie van de buitenlandse aannemers die vaak tegen spotprijzen werken. “Belgische aannemers moeten zich vandaag de vraag stellen of het nog langer loont om te investeren in eigen personeel, dan wel of ze niet beter buitenlandse onderaannemers inschakelen voor hun projecten. Een Belgische werkkracht kost al snel 33 tot 35 euro per uur aan zijn werkgever. Buitenlandse werknemers kosten 26 euro of minder. Dat verschil is te groot. Voor een manager-cijferaar is dit probleem dus duidelijk: niet meer investeren in Belgisch personeel is de boodschap. Maar zo simpel ligt het gelukkig niet. Als zaakvoerder probeer je jaren aan een stuk te groeien via een goed beleid, zodat je zonder al te veel problemen personeel kunt aanwerven, ook al gaat het om een knelpuntberoep. Om dan plots het roer volledig om te gooien en volop voor buitenlandse werknemers te gaan, dat is een brug te ver. Althans, voorlopig. Onze vraag richting politici is dan ook om de loonkost van onze werknemers met zes euro te laten dalen. Er mag een verschil zijn met buitenlandse werkkrachten, maar dit moet beperkt blijven. Enkel dan zullen we opnieuw kunnen investeren in eigen personeel. Men spreekt nu van de zogenaamde taxshift waarbij de werkgeversbijdrage zou evolueren van 33% naar 25%. Ik weet nog niet wat dat concreet zal inhouden qua loonkostevolutie, maar dat zal maximaal één euro verschil maken. Het is een begin, maar zeker geen eindpunt. Er ligt dus nog wat lobbywerk in het verschiet voor Bouwunie (lacht)."

REELE DREIGING

Demeyere ziet de toekomst somber in wanneer de overheid niet dringend werk maakt van een dergelijke loonlastenverlaging. “Als er niets gebeurt, zullen er op korte termijn nog meer buitenlandse werkkrachten hier actief worden. Die betalen sociale bijdragen in hun land van herkomst, en niet in België, waar ze actief zijn. Dat betekent dus een pak minder inkomsten voor de Belgische staat. De Belgische staat verliest echter nog meer inkomsten. Een groot deel van het inkomen spendeert de buitenlandse werkkracht in zijn thuisland om zijn gezin te onderhouden. Een Belgische werknemer besteedt zijn inkomen in België, houdt op die manier onze economie draaiende en genereert via de btw weer inkomsten voor de Belgische overheid. De laatste twee jaar zijn er bij de Vlaamse infrabedrijven 2.000 minder bouwvakkers. Aan de andere kant zien we steeds meer buitenlandse werklieden die werkzaam zijn bij buitenlandse firma's die in ons land werken. Als we een toekomst willen bieden aan onze bouwvakkers, is er dus geen andere optie dan die loonkost drastisch te laten verlagen. Ik zie in elk geval geen alternatief."

CONTROLES VOOR IEDEREEN

Voor de industrie verricht Persyn tal van werkzaamheden, ook bij veel gebouwenNaast een dalende loonkost is Bouwunie bij monde van Hervé Demeyere ook vragende partij voor meer sluitende controles, ook op Europees vlak. “De wet zegt dat een werknemer die in ons land komt werken, betaald moet worden volgens de loonbarema's van ons land. Een ploegbaas binnen een buitenlandse firma moet evenveel betaald worden als zijn Belgische collega. Op papier gebeurt dat misschien wel, maar er zijn genoeg gevallen bekend waarin een dergelijke buitenlandse ploegbaas een stuk loon cash moet teruggeven aan zijn werkgever. En die heeft daar ook geen probleem mee, want door hier te komen werken, kan hij pakweg 30% meer verdienen dan in zijn herkomstland. Van die 30% moet hij zeg maar 20% weer afgeven. Dan houdt hij nog netto 10% over. Een win-winsituatie voor zowel de man in kwestie als zijn werkgever. Maar de Belgische staat en de inheemse bedrijven zijn wel de dupe. De staat loopt inkomsten mis en wij worden met oneerlijke concurrentie geconfronteerd. Daarom vragen we uitdrukkelijk dat dergelijke firma's evenveel controles zouden krijgen als ons. Daar hameren we sterk op, want een eventuele loonlastenverlaging zal pas effect hebben als ook dergelijke mistoestanden uitgeroeid worden. Verder hopen we dat Marianne Thyssen als Europees commissaris voor Werk een en ander ook op Europees vlak aanpakt."

“We blijven hoopvol voor de toekomst, maar het is duidelijk dat er een aantal zaken moeten wijzigen“ 

OPDRACHTEN ZIJN SCHAARS

“Het is vijf voor twaalf, hé", zegt Demeyere. “Met Persyn hebben we als een goede huisvader een buffer aangelegd tijdens de goede jaren, maar die raakt stilaan op. Het is nu tijd voor actie, want veel langer mag deze situatie niet blijven aanslepen. De sector van de infrastructuurwerken werkt al anderhalf jaar voor de kostprijs of net daaronder, louter en alleen om werken binnen te halen. En die opdrachten worden steeds schaarser. Alle overheden, op alle niveaus, moeten besparen, waardoor werken vaak uitgesteld worden. De weinige werken die wel aanbesteed worden, krijgen dan weer zoveel inschrijvers dat de prijzen onrealistisch laag komen te liggen. Bovendien gaan heel wat overheidsbudgetten vandaag de dag naar zeer grote pps-projecten, zoals de A11 in Brugge of de Oosterweelverbinding in Antwerpen. Die mastodontprojecten worden binnengehaald door zeer grote aannemers die nu al met weinig Belgische werkkrachten aan de slag gaan. Eén lichtpuntje: bij onze industriële klanten merken we wel weer meer activiteit dan enkele jaren terug. Het ondernemersvertrouwen groeit, men wil weer aanwerven en uitgestelde investeringen worden opnieuw uit de kast gehaald."

TOCH MIKKEN OP GROEI

Net door het aantrekken van de industriële activiteiten hoopt Demeyere de omzet van Persyn stabiel te kunnen houden op 25 à 30 miljoen euro (zie omzetevolutie). “Daardoor moeten we ook in staat zijn om onze bijna honderd werknemers in dienst te houden. Het is onze ambitie om gestaag voort te groeien in de markten waarin dat mogelijk is. Een van de markten die opportuniteiten bieden, is de Waalse markt. We zijn er al actief, maar we willen er nog intensiever op inzetten. In Zwevegem zitten we hier quasi op de taalgrens. Alleen jammer dat het zo moeilijk is om binnen te raken op de Noord-Franse markt. Tal van protectionistische en chauvinistische reflexen maken het ons daar zeer moeilijk. Dat is een belangrijk hinterland dat we missen, dicht bij Zwevegem. We blijven dus hoopvol voor de toekomst, maar dat er een aantal zaken moeten wijzigen, is wel duidelijk", besluit hij.

LOBBYEN VIA BOUWUNIE 

Hervé Demeyere speelt een zeer actieve rol in Bouwunie. “Het is nu al ruim een jaar dat ik deel uitmaak van de bouwafdeling Infra binnen Bouwunie. Daar deel ik mijn kennis over betonwerken en overleggen we als sector met bijvoorbeeld Aquafin over onder andere waterzuiveringsstations. Sinds een maand zetel ik ook in het directiecomité van Bouwunie. Persyn is al vanaf het begin aangesloten bij Bouwunie en maakt gebruik van haar diensten bij specifieke vragen rond bijvoorbeeld de sociale of de bouwwetgeving. Haar advies werd steeds naar waarde geschat. De schoonbroer van Frank Persyn, Jef Van Cauwenberghe, zetelde ook al in Bouwunie. Toen hij zijn activiteiten er afbouwde, vroeg hij aan mij om een en ander over te nemen, en zo ging de bal aan het rollen. In mijn ogen biedt Bouwunie een zeer goede dienstverlening aan alle aannemers en verricht ze belangrijk lobbywerk richting de politieke beslissingsnemers. Wanneer je als individuele aannemer een mailtje met je wensen stuurt naar een minister, zal dat vermoedelijk weinig indruk maken. Maar wanneer Bouwunie een standpunt inneemt en daar in één adem aan kan toevoegen dat ze 8.000 aannemers vertegenwoordigt, dan wordt er vaak wel geluisterd. Ik vind het heel interessant om ook op dat niveau actief te zijn."