naar top
Menu
Logo Print

ONTWIKKELING EIGEN CO2-ARM BETON ZONDER CEMENT

Devagro kijkt over muur van eigen activiteiten

Het verhaal van Ignace Degezelle leest als een trein. Na de opleiding textielingenieur ging hij in op het aanbod van zijn schoonvader om een aannemersbedrijf te starten, actief in de wegenbouw. Daaruit groeiden in amper 25 jaar tijd tal van andere firma's, actief in wegeninfrastructuur, recyclage, afbraak en bodemsanering. Kers op de taart is de recente ontwikkeling van een gepatenteerd soort nieuw beton dat geen cement of water meer bevat, een soort geopolymeer. Het nieuwe beton draagt de naam 'Eco2beton'. Momenteel lopen er nog volop testen en worden er ATG-keuringen aangevraagd. Als het plan van Degezelle werkt, betekent het een belangrijke omwenteling in de infrastructuurbouw.


VAN INFRASTRUCTUURWERKEN …

Devagro maakt deel uit van een groep van bedrijven die allemaal werden opgericht door Ignace Degezelle. Devagro zelf werd opgericht in 1989. “Dat was meteen ook het eerste bedrijf dat ik opstartte", steekt Ignace Degezelle van wal. “Met Devagro leggen we vooral wegen en andere infrastructuur aan. Ik ben immers gehuwd met de oudste dochter van een aannemer. Die zat zonder opvolging en daarom ben ik met mijn schoonvader in zee gegaan. Devagro is dan ook een samentrekking van Degezelle, Van Denbuverie en 'grondwerken'. Zelf ben ik textielingenieur van opleiding. Ik had echter snel door dat die sector geen grote toekomst meer beschoren was in Vlaanderen. Dat maakte de overstap naar de aannemerij iets gemakkelijker. Ik was 30 in 1989, ook dat maakte het gemakkelijker om nog aan iets nieuws te beginnen. We zijn vanaf nul begonnen, met amper één vrachtwagen en één graafmachine. Van daaruit zijn we gegroeid tot een uit de kluiten gewassen groep met tachtig werknemers."

… OVER RECYCLAGE …

In de marge van het infrastructuurbedrijf Devagro zagen tal van andere ondernemingen het levenslichtIn de marge van het infrastructuurbedrijf Devagro zagen tal van andere ondernemingen het levenslicht. “Ik had al vrij snel door dat er heel wat toekomst zat in de recyclagesector. De infrastructuurwerken leverden immers heel wat puin op. Maar dat was helemaal geen afval. De constante druk op de prijzen in deze overheidssector maakte dat we onderzochten hoe we het bouwpuin weer 'in situ' konden aanwenden. Als een van de eerste in België zijn we op de kar gesprongen van mobiele recyclage. We kochten een rupsmobiele breekinstallatie die op de werf zelf het opgebroken beton kon breken. Dit werd hergebruikt op de werf zelf als funderingsmateriaal. Dat bespaarde heel wat vervoerkosten en vermeed de aankoop van nieuw funderingsmateriaal. Die activiteiten werden in 1994 ondergebracht in Devarec, waarbij de laatste drie letters voor 'recyclage' staan. Die recyclage zorgde dan weer voor stromen zeefzand en breekzand, die eigenlijk weinig toepassingen kenden. Voeg er echter wat cement aan toe en je hebt een ideaal funderingsmateriaal dat we dan wel weer massaal nodig hebben. Gaandeweg werd de dienstverlening van Devarec uitgebreid met afbraakwerken."


… TOT BODEMSANERING

In het verlengde van Devarec nv werden in 2000 B.S.V. nv en Devamix nv opgericht in Harelbeke. “Rond de eeuwwisseling werd het saneren van gronden steeds belangrijker. Omdat dat perfect in de lijn van onze werkzaamheden lag, zijn we ook op die kar gesprongen. Met het bedrijf Bodem Sanering Vlaanderen (B.S.V.) nv saneren we sites die verontreinigd zijn. Hiertoe behoren ook benzinestations die door tussenkomst van het Bofas-fonds (dat historische bodemverontreiniging door tankstations in Vlaanderen wil aanpakken) gesaneerd worden. Daarnaast hebben we ook nog OB&D opgericht, wat staat voor Ontginning, Berging en Deponie. Deze firma omvat twee putten, één in Meulebeke en één in Ronse. Die zijn in totaal 25 ha groot. Hier kunnen we grondoverschotten in kwijt. Kortom, we hebben de voorbije twintig jaar een intensieve groei, vooral in de breedte, gekend. Onze cluster van kmo's is goed voor 40 miljoen euro omzet en stelt in totaal een tachtigtal personeelsleden tewerk."

'BEN-BETON': ZELF ONTWIKKELD BETON

In dit gebouw werd het nieuwe Eco2beton ontwikkeldHet verhaal van nieuwe spin-offs is echter nog niet ten einde. In Desselgem werd onlangs immers Devarec Eco2 opgericht. Dat moet het paradepaardje van de groep worden. “Voor onze nieuwste telg hebben we de mosterd in Nederland gehaald", verduidelijkt Ignace Degezelle. “Hier trekken we volop de ecologische kaart. We hebben met Eco2beton een patent genomen op een zelf ontwikkeld beton, dat geen cement meer bevat, het is een soort geopolymeer. Naar analogie van de zogenaamde BEN-woningen (Bijna Energie Neutraal, red.) is dit eigenlijk een BEN (Bijna Ecologisch Neutraal) beton. Aangezien we geen cement meer gebruiken, kunnen we onze CO2-uitstoot drastisch beperken. We pretenderen dan ook een natuurvriendelijk alternatief voor het klassieke beton in huis te hebben. We hebben op onze site in Desselgem zwaar geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur om dat geopolymeerbeton op industriële schaal aan te maken. Momenteel draait de proefopstelling. Aan deze fase is twee jaar onderzoek voorafgegaan. We proberen dus echt onze materie door en door te begrijpen en investeerden sterk in een eigen labo dat uitgerust is met XRF-scantechnologie. Dat is ook nodig, want als aannemer draag je een tienjarige aansprakelijkheid. Experimenteren op de kap van je klanten is dus uitgesloten. Nu hebben we een product waarmee we naar buiten kunnen komen. Het beton is bijna krimpvrij, omdat we water vervangen hebben door een gel. Door de kleinere krimp kan er tot 20% minder gedimensioneerd worden. Een betonnen kolom kan dus tot 20% kleiner uitgevoerd worden met ons beton dan met het klassieke beton. Het grootste voordeel van ons beton is evenwel dat het zuurbestendig is, wat voor voedings- en landbouwtoepassingen een groot voordeel oplevert. Het klassieke beton wordt hier letterlijk weggevreten door de aanwezige zuren. Daarnaast kan er tot 90% beeldbuis- en vlakglas in verwerkt worden, terwijl dat bij klassiek beton beperkt is tot maximaal 10%. Dat zorgt ervoor dat er een scala aan 'exotische' producten bestaat dat in ons beton verwerkt kan worden."


“OVER HET MUURTJE KIJKEN"

Een aannemer die zelf zijn eigen speciale soort beton ontwikkelt, het is zelden gezien. “Voor ons is dat nochtans de logica zelve. Wij hebben immers geleerd om over ons eigen muurtje van de aannemerij te kijken. Wij houden constant andere sectoren in de gaten waar grondstofstromen vrijkomen. Voor hen mag dat misschien afval zijn, terwijl ze voor ons een bouwstof kunnen worden ter vervanging van een klassiek materiaal. Zand- en granulaatvervangende materialen zijn bij ons dan ook heel populair. Traditioneel beton is een samengaan van een granulaat, zand en een cementpasta. Voor elk van deze drie grondstoffen hebben we al alternatieven, de zogenaamde 'secundaire grondstoffen'. Maar het klopt dat er weinig aannemers te vinden zijn die zoveel investeren in R&D. Wij vinden dat echter een noodzaak om een voortrekker te kunnen blijven. We zijn actief in een heel gesatureerde markt waar de prijzen constant onder druk staan. Als je dus als eerste actief bent in een nichemarkt, dan kun je daar economisch voordeel uit halen."

ATG-ATTEST

Innoveren is één ding, de wetgeving en klanten laten volgen is een ander. “Dat klopt volledig", erkent Ignace Degezelle. “Net daarom hebben we niet voldoende met 24 uur per dag. We moeten aan de hand van allerlei testen en normeringen aantonen dat ons product kwalitatief minstens even goed is als wat wettelijk voorgeschreven is. Van de Belgische Unie voor de Technische Goedkeuring in de Bouw proberen we voor ons beton een ATG-attest te verkrijgen. Dat zijn attesten voor bouwkundige producten waarvoor er geen productnormen bestaan. Wat de prijs betreft, ben ik van mening dat we moeten afstappen van het 'idee- fixe' dat recyclage altijd goedkoper moet zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de prijs van een gerecycleerd materiaal soms wel wat duurder mag zijn, rekening houdend met de kleinere ecologische voetafdruk. In Nederland wordt er bijvoorbeeld met een koolstofladder gewerkt.

Minder vervuilende bedrijven krijgen een betere score, waardoor hun offertes tot 10% duurder mogen uitvallen dan die van meer vervuilende bedrijven om nog altijd voor selectie in aanmerking te komen. In Vlaanderen wordt er nog niet op die manier gewerkt, maar als ecologisch verantwoord bedrijf ijveren we er wel voor."

WERELDREIZIGERS

Oprichter, Ignace Degezelle, geflankeerd door zonen Yves (links) en XavierIgnace Degezelle is met zijn twee zonen, Yves en Xavier, actief in heel verschillende, maar toch nauw bij elkaar aansluitende sectoren. “Dankzij de inbreng van de twee zonen slagen we erin om toch constant mee te zijn met nieuwe evoluties in de sector. Yves is verantwoordelijk voor de wegeniswerken, terwijl Xavier meer met recyclage bezig is. Met ons drieën schuimen we de wereld af om in te spelen op opportuniteiten. Zo hadden we bij Devagro recent een wereldprimeur met de eerste gps-gestuurde volautomatische graafmachine van Komatsu. Die kochten we op de beurs Conexpo in Las Vegas. We zijn vaste klant van gerenommeerde bouwbeurzen in Frankrijk, Duitsland en de VS. Daarnaast is ook vakliteratuur vaste prik in ons bedrijf. Een moderne aannemer moet mee zijn met zijn tijd en altijd zijn ogen en oren openhouden."


FLEPOS WINT TIJD

De wegenismachines gebruiken het Flepos systeem voor uiterste precisieHet hoeven niet altijd eigen ontwikkelingen te zijn waarmee Devagro aan de slag gaat.Zo sprongen ze een tijd terug als eerste op de kar van satellietgestuurde grondverzetmachines. “Die koppositie heeft ons geen windeieren gelegd", aldus zoon, Yves Degezelle. “De handelingen op onze graafmachines moeten wel nog manueel gebeuren, maar de medewerker ziet meteen digitaal op de kaart wat er uitgevoerd is. Het is dus niet nodig dat er nog een extra persoon met de laser opmeet. Dat gebeurt allemaal digitaal. Daarvoor maken we gebruik van Flepos, een gratis dienst van de Vlaamse overheid waarop we rechtstreeks inbellen en die zeer nauwkeurige metingen toelaat. En ook dat evolueert: vroeger was er nog een basisstation nodig dat communiceerde met de kraan. Nu gebeurt de communicatie tussen Flepos en de graafmachine rechtstreeks. Het systeem valt weinig of nooit uit."


OPVOLGING WORDT KLAARGESTOOMD

De opvolging voor pater familias Ignace Degezelle is intussen aan het roderen. Yves en Xavier worden klaargestoomd om op termijn de cluster van bedrijven over te nemen. “Momenteel voel ik me nog de patriarch van het geheel en is het nog te vroeg om de fakkel door te geven", lacht vader Ignace (56). “Maar de verdeling is wel al duidelijk. Yves trekt volledig de kar van de infrastructuurwerken, terwijl de jongste zoon vooral ingeschakeld wordt in het recyclagegebeuren. Maar er is nog niets definitiefs geregeld. Op boekhoudkundig vlak is het zo dat elke entiteit haar eigen identiteit heeft, waardoor een opsplitsing of clustering altijd mogelijk is."

INBREIDING IS DE TOEKOMST

Het verhaal van Devagro en Ignace Degezelle leest als een trein met tal van nieuwe nevenbedrijven die als paddenstoelen uit de grond schoten. Maar welke richting wil men in de toekomst inslaan?

“Het is een 'neverending story'. De basis van alles is verticale integratie", legt Ignace Degezelle uit. “We wilden actief zijn in elk onderdeel van de keten rond wegenaanleg, recyclage en sanering, en daar zijn we aardig in geslaagd. De toekomst in onze sector zie ik vrij rooskleuring in, we staan aan de vooravond van de slimme wegen. De moderne weg zal er volgens mij een zijn die wagens al rijdend van energie voorziet, lichtgevend is in het donker, ijs- en sneeuwvrij zal zijn door gebruik van geothermie en voorzien zal zijn van sensoren om het rijden zonder chauffeur veilig te laten verlopen. Uitdagingen zat dus, maar je moet ze willen zien. Ik voorspel voor de 'millennials' die wakker zijn, dan ook een rooskleurige toekomst."

“WATERWEGEN ZIJN NIEUWE SNELWEGEN

Het visionaire talent van Ignace Degezelle is ook te merken aan het feit dat Devagro in Desselgem vlak bij de Leie ligt. “Ook al onze andere sites liggen aan het water. Ik ben er immers van overtuigd dat waterwegen de snelwegen van de toekomst worden voor vrachtvervoer. In april 2016 komt immers de kilometerheffing op ons af. We hebben berekend dat een dergelijke heffing ons 5.000 à 10.000 euro zal kosten per jaar per vrachtwagen. Er zal steeds meer met hubs gewerkt worden. Zo zal iedereen de gereden afstand over E- en A-wegen willen minimaliseren. In Desselgem investeerden we recent in een gloednieuwe installatie die scheepsladingen met één enkele handeling kunnen transporteren naar onze opslagplaatsen. Zo kunnen we het aantal vrachten over de weg qua aanvoer gevoelig terugdringen, wat gunstig is voor onze 'carbon footprint'."