naar top
Menu
Logo Print
26/04/2017 - WENDY FRANCKEN

ONDERHOUD VAN RIOLERINGSSYSTEMEN

Hernieuwde code van goede praktijk

Uit de uitgevoerde inspecties zullen ongetwijfeld een aantal locaties naar voor komen waar een ingreep op de structurele toestand noodzakelijk is – Foto: Peter Maris

Maximaal resultaat met minimale middelen, dat is de achterliggende filosofie van elk goed assetmanagement. Een proactieve houding is cruciaal, want niets doen is veel te duur. Een riolering heraanleggen of herstellen in een noodsituatie is aanzienlijk duurder dan wanneer het op een structurele en geplande manier gebeurt. Een verplicht onderhoudsplan vanaf de ontwerpfase en een actieplan voor probleemsituaties zijn een absolute must. Tijdens de Vlario-dag 2017 verklaarde Danny Verhulst, voorzitter van werkgroep 7 van Vlario, waarom hiervoor een herwerking van de code van goede praktijk noodzakelijk was. “De uitdaging is nog steeds dezelfde: het onderhouden en renoveren van 38.000 kilometer leidingen. Op de bestaande code van goede praktijk kwamen echter enkele terechte opmerkingen. Daarom was het tijd voor een update."

NIEUWE CODE VAN GOEDE PRAKTIJK

Vlario stelde vorig jaar reeds haar hernieuwde code van goede praktijk voor het onderhoud van rioleringssystemen voor, ter vervanging van deel 9 uit de code van goede praktijk riolering van de CIW. Dit nieuw voorstel dient nog goedgekeurd te worden. Vlario werkt momenteel ook een code van goede praktijk assetmanagement uit. Het onderhoud is immers slechts een onderdeel van assetmanagement.

Veranderingen

In de nieuwe code van goede praktijk voor het onderhoud van rioleringssystemen werd de kriticiteitsmatrix geoptimaliseerd en een beslisboom (zie volgende pagina) opgesteld voor een actieplan cfr. EN752. In een volgende revisie zal er ook een koppeling komen met de eisen met betrekking tot de bovenbouw. De beslissingsboom helpt je verder op weg om te oordelen of men de riolering moet herstellen, renoveren of vervangen.

ONDERHOUD

Het uitvoeren van onderhoud heeft als doelstelling om zo lang mogelijk de performantie van de infrastructuur te behouden. Die performantie is gerelateerd aan drie parameters:

  • de hydraulische performantie: het zorgen voor een steeds voldoende afvoercapaciteit om wateroverlast te vermijden of minstens tot een aanvaardbaar niveau te beperken;
  • de structurele integriteit: het behalen van de voorziene levensduur met een steeds voldoende structurele toestand;
  • de ecologische performantie: deze is gelinkt aan het beperken van de overstortfrequentie of in noodsituaties permanente lozing van afvalwater en het vermijden van verkeerde aansluitingen op RWA- en DWA-leidingen, enz.

Elk van deze parameters heeft, afhankelijk van het beschouwde infrastructuurdeel, een impact op het globaal functioneren van het stelsel. Het is dus belangrijk om aan deze drie parameters de nodige aandacht te geven om de vooropgestelde doelstellingen te bereiken.

Onderhoudsplan

De omzendbrief LNE/2009/02 (BS 8/01/2010) stipuleert uitdrukkelijk dat een onderhoudsplan integraal deel moet uitmaken van het ontwerp van een rioleringssysteem. Dat plan omvat een inschatting van kritieke punten, de aard en frequentie van kritieke situaties, een planning voor het toezicht op de goede werking en een actieplan voor probleemsituaties.

Het uitvoeren van planmatig onderhoud zal op termijn een financiële optimalisatie van vervangingen mogelijk maken. Herstelling van noodsituaties is immers vele malen duurder dan geplande of voorziene ingrepen.

Naast het onderhoud van leidingen wordt in dit deel ook aandacht besteed aan onderhoud van hydraulische structuren. De onderhoudsstrategie is een cyclisch gebeuren, waarin een continue wisselwerking vervat zit tussen inspectie, evaluatie, planning en uitvoering. De cyclus kan starten na een inschatting van de kriticiteit.

INSPECTIEPLAN

De opstelling van een doordacht inspectieplan is de eerste en belangrijkste stap om op een adequate manier zicht te krijgen op de structurele en hydraulische toestand van het stelsel. Bij de uitwerking van de methodiek werd rekening gehouden met een aantal randvoorwaarden, die moeten toelaten de methode vrij snel ingang te laten vinden in het onderhoudsgebeuren van de rioolbeheerder. Het model dat finaal tot een inspectieplan zal leiden, is geënt op het toekennen van een kriticiteit aan elk onderdeel van het netwerk. De kriticiteit is het product van de faalkans van het onderdeel en de mogelijke gevolgschade die uit een dergelijk falen kan voortvloeien: kriticiteit = faalkans x gevolgschade.

Beslissingsboom voor selectie van structurele oplossingen (cfr NBN EN 752)

Vervolgens worden de globale scores van de verschillende leidingvakken onderling vergeleken en opgelijst volgens dalende kriticiteit. De beheerder zal op deze manier een inspectieplan voor de eerste werkperiode (bijvoorbeeld een werkjaar) opstellen met een dalende prioriteit van te behandelen leidingvakken.

Vervolgens wordt bepaald welk percentage kritisch ingeschaalde leidingen aan effectieve visuele controles onderworpen zal worden. Dit zal afhankelijk zijn van de vrijgemaakte/beschikbare middelen en de lokale ambities van de uitvoerder/beheerder. Na het uitvoeren van de visuele inspecties van de meest kritische vakken, zal niet alleen een actieplan worden opgesteld voor te voorziene acties, maar kan de bekomen informatie over structurele toestand bij de volgende opstelling van een inspectieplan (bijvoorbeeld het tweede werkjaar) in het model worden ingevuld. In functie van de vastgestelde toestand en de eventuele ondernomen actie, kan de kriticiteit en bijgevolg de prioriteit stijgen of dalen.

Er wordt voorgesteld om, in functie van de kriticiteit van de leiding, deze periodiek aan een camera-inspectie te onderwerpen. Gezien het niet te verantwoorden is om de rest van het patrimonium onbeheerd te laten, is het aangewezen om met een lagere periodiciteit de minder kritische leidingen te monitoren met snelle onderzoeken vanuit de rioolput (putcameraonderzoek). De vakken met een lagere kriticiteit zullen in principe niet snel kritisch worden (indien de randvoorwaarden niet wijzigen).

ACTIEPLAN

In een volgende stap zullen de inspectieresultaten moeten beoordeeld worden. De theoretische faalkans (uit het rekenmodel kriticiteit rioolstrengen) wordt aangevuld of gecorrigeerd op basis van de schadebeelden en andere vaststellingen. Elke schadebeeld is te bekijken als een faalkans, met achterliggende vraag: in welke mate kan/zal dit schadebeeld leiden tot verdere degeneratie van de riool(streng) en het optreden van gevolgschade?

Wanneer deze faalkans zo groot is dat het risico (faalkans x gevolgschade) onaanvaardbaar wordt, dan is het tijd om in te grijpen. De beoordelingstabel voor bestaande rioleringen (tabel 7- 25-3, SB250) kan hierbij als leidraad dienen. Het kan ook zijn dat leidingen met bijvoorbeeld een hoge leeftijd (hoge theoretische faalkans) na cameraonderzoek in prima conditie blijken. Deze informatie wordt dan meegenomen bij het plan voor een tweede inspectieronde.

Ingrijpen noodzakelijk

Een riolering heraanleggen of herstellen in een noodsituatie is aanzienlijk duurder dan wanneer het op een structurele en geplande manier gebeurt – Foto: Ludo Debaere

Wanneer duidelijk is dat ingrijpen nodig is, moeten nog de gepaste actie en gewenste termijn bepaald worden. Dit is echter geen eenvoudige opgave. Door het groot aantal mogelijke combinaties van schadebeelden, is het bijzonder moeilijk een eenduidig verband te leggen tussen combinaties van schadebeelden en voorgestelde geïntegreerde acties voor herstelling of renovatie.

Er zal evenwel gewerkt worden aan een zo goed mogelijke standaardisering, met het oog op het optimaliseren van de technische aanpak in functie van de economische impact van de herstellingen en/of renovatie. In afwachting daarvan zal de expertise van rioolbeheerder, adviesbureau en contractor tot een gedegen oplossing moeten leiden. In het actieplan (voor een voorziene tijdshorizon) zullen verschillende luiken behandeld moeten worden.

Renovatie of vervanging

Uit de uitgevoerde inspecties zullen ongetwijfeld een aantal locaties naar voor komen waar een ingreep op de structurele toestand noodzakelijk is. In veel gevallen zal een lokale herstelling kunnen volstaan.

In een beperkt aantal andere situaties zal echter de afweging moeten gemaakt worden om een continue renovatie of een volledige vervanging te voorzien. Wanneer een afweging voor continue renovatie dan wel vervanging aan de orde is, moeten een aantal parameters beschouwd worden. Wanneer een volledige vervanging als optie naar voor geschoven wordt, zal dit allicht op toekomstige werkjaren dienen te worden gebudgetteerd.

CONTROLE VAN HYDRAULISCHE STRUCTUREN

Een tweede luik is de planning van de periodieke controles van structuren. Hieronder wordt verstaan een controle op het correct functioneren van overstorten, knijpleidingen, pompstations, kleppen, afsluiters … Elk van deze structuren dient als kritisch te worden beschouwd, aangezien ze alle een grote faalkans (bijvoorbeeld knijpleiding: verstopping; kleppen: tussenstekend afval of aanzanding) en een aanzienlijke gevolgschade (knijpleiding: werking overstort; falende klep: wateroverlast …) vertegenwoordigen. Daarom wordt voorgesteld om elk van deze structuren periodiek te controleren met het oog op het nazien van de goede werking en om eventueel onmiddellijk een corrigerende ingreep te kunnen doen. Dit effectief ter plaatse gaan om de werking te controleren kan eventueel ondervangen worden door het installeren van een telemetrisch systeem, dat falingen onmiddellijk via een centraal nummer kan melden.

RIOOLREINIGING

Bij het onderhoud is reiniging van de hydraulische structuren (riolering, kolken, pompstations …) ook een belangrijk aspect. Aanvullend is er daarom nog de code van goede praktijk rioolreiniging van Vlario (voor leden) met richtlijnen voor de output en het resultaat waaraan voldaan moet zijn en de wijze waarop een rioolreiniging dient te worden uitgevoerd.

CONCLUSIE

De huidige onderhoudsratio bedraagt 0,27 % (streefdoel: 0,65 %) en de afschrijvingsratio 0,47 % (streefdoel: 1,3 %). Kortom: we doen niet wat we moeten doen. Er hangt een financieel risico boven ons hoofd en de kosten nemen exponentieel toe. We moeten het hoogste rendement halen uit de beschikbare financiële middelen, want de financieel-juridische risico's zijn te groot om nog uitstel toe te laten. We hopen met deze code van goede praktijk een goede leidraad te bieden voor de gemeenten/rioolbeheerders voor het verdere onderhoud van hun rioleringsstelsel efficiënt en kosteneffectief te laten verlopen.

Meer gedetailleerde informatie vindt u terug in de 'code van goede praktijk onderhoud'.