naar top
Menu
Logo Print
Artikel - 29/11/2017

LOKALE FIETSINRICHTINGEN STIMULEREN


Hoe ziet de ideale fietsinfrastructuur van de toekomst er volgens u uit?
“We hebben voor de lokale overheden en onszelf minimale vereisten opgelegd. Anderzijds stelden we ook richtlijnen op waarbij we kijken wat de beste fietsinfrastructuur is. Daarbij bepalen we onder andere de breedte van een nieuw aan te leggen of uit te breiden fietspad. Ten eerste is de breedte afhankelijk van de intensiteit van gebruik. Ten tweede moeten we uitmaken of het gaat om eenrichtings- of tweerichtingsverkeer. Ten derde moeten we ook het percentage bromfietsen op de fietspaden in rekening brengen. In het geval van hoge scores op de drie criteria zitten we met een aanbevolen breedte van 3,5 tot 4 meter. Maar het moet wel duidelijk zijn dat dat niet overal mogelijk is in ons land van lintbebouwing. Het drama is dat een deel van de factuur van mobiliteitsbestedingen onvermijdelijk naar onteigeningen gaat. Dat is zeer jammer.

Reken daar nog eens alle juridische geschillen bij van die mensen die het daar, en dat begrijp ik zeker, niet mee akkoord zijn. Dat zorgt allemaal voor heel wat vertraging. Los van die kwestie merken we vaak ook dat we op bepaalde plaatsen gewoon geen plaats hebben voor meer en/of bredere fietspaden. Het is bv. in het geval van een historisch gebouw niet mogelijk om dat af te breken of op te schuiven ... Als ik een keuze moet maken tussen meer fietsinfrastructuur of bredere, dan ga ik in de eerste plaats kiezen voor meer fietsinfrastructuur. Maar dat is dus los van het feit dat dat op sommige locaties echt niet mogelijk is en dat we met zijn allen meer rekening moeten houden met elkaar. Dat klinkt banaal, maar daar komt het in de praktijk op neer. De jaagpaden en fietssnelwegen functioneren steeds beter, maar dan krijg ik klachten over te grote snelheidsverschillen. Men moet op dat vlak meer rekening met elkaar houden. Ik kan de politie niet op de jaagpaden loslaten of overal een fietscamera zetten."

Er is dus veel aandacht voor fietsinrichtingen?

“Ook daar hebben we inderdaad een gevoelige budgetstijging. Nu, inzake fietsinfrastructuur heb ik niet zoveel middelen voorhanden. Letterlijk, omdat het gros van de fietsinfrastructuur berust bij de lokale besturen. Maar ik vind dat wij als overheid het goede voorbeeld moeten geven en moeten proberen te bekomen dat ons voorbeeld gevolgd wordt door lokale besturen. Vandaar dat we ook daar te maken hebben met een historische stijging van de budgetten. We ronden de kaap van 100 miljoen euro en we zorgen er ook voor dat we de subsidiemogelijkheden, want ik heb een kleine subsidiepot van 10 miljoen euro, kunnen besteden aan lokale fietsinfrastructuurprojecten. Normaal gezien werd die pot zelfs niet opgebruikt omdat men uitgaat van het principe dat het lokale bestuur zelf het initiatief moet nemen om een subsidiedossier in te dienen. Dat gebeurde niet, waardoor die 10 miljoen euro niet eens werd opgebruikt. Ik breng daar verandering in. Ten eerste worden de criteria om in aanmerking te komen voor een financiering verruimd. Er kunnen nu bv. onteigeningen gefinancierd worden door mij. Ten tweede zorgen we er in sommige gevallen voor dat we voor de volle 100% gaan financieren. Dat betekent dat de gemeente van de werkelijke investeringskost en infrastructurele werken helemaal niets moet betalen. In een notendop: we maken het moeilijker voor de lokale besturen om 'nee' te zeggen en we maken het ze makkelijker om 'ja' te zeggen."


TOEKOMSTVISIE


Wat zal van u een tevreden minister van mobiliteit en openbare werken maken op het einde van uw termijn?

“Dan zou ik eindigen met wat we begonnen zijn, namelijk de verkeersveiligheid  in ons land. Dat we bij onze verkeersveiligheid echt kunnen spreken over een trendbreuk in deze regeerperiode, waarbij we een sterke daling van het aantal verkeersdoden zien. We hebben zelfs de ambitie om tussen 2014 en 2020 over te gaan naar een halvering in het aantal verkeersdoden in Vlaanderen. Dat wil dus zeggen dat we van 400 naar 200 gaan. Dat is heel ambitieus. Ten tweede zou ik tevreden zijn, mochten we de aangroei van de files hebben kunnen doen stoppen. Maar dat zal, vrees ik, nog niet voor deze regeerperiode zijn. Ik wil vooral dat we tegen het einde van mijn termijn perspectief hebben gewekt door grote investeringen te doen op het vlak van de weginfrastructuur en de doorbraak in grote projecten zoals de Oosterweelverbinding en de Ring rond Brussel. Ik wil in deze regeerperiode effectief iets doen met al die miljarden die we hebben uitgetrokken om die schop in de grond te kunnen steken. Het is dus heel belangrijk voor mij om perspectief te kunnen wekken, niet alleen in de weginfrastructuur, maar ook in de alternatieven."

“Het is voor mij heel belangrijk om perspectief te kunnen wekken, niet alleen in de weginfrastructuur, maar ook in de alternatieven"